Shimamoto Katsuyuki

(1936 – 2025)

Hoewel het water snel stroomt, blijft de maan stil*

— Mijn leven met Aikido — Shimamoto Katsuyuki

Van moment tot moment je oude huid afleggen

Ik ben geboren in een familie die een tempel dient en word dit jaar achtentachtig. Al zeventig jaar volg ik de geest van Aikido en leef ik ermee. Allereerst ben ik diep dankbaar dat ik het geluk heb gehad Aikido te mogen ontmoeten en het al die jaren te kunnen blijven beoefenen.

Toen ik begon met Aikido was ik volledig gefixeerd op “winnen”. Toen zei wijlen Osawa-sensei tegen mij: “Ware kracht in Aikido bestaat niet uit het verslaan van je tegenstander. Het gaat erom het vuil en de tekortkomingen in jezelf te vinden, ze zonder angst onder ogen te zien, ze te ordenen en op te ruimen.”

Na mijn afstuderen mocht ik in Osaka een dojo openen.

Mijn leerlingen waren kinderen uit de buurt en zij noemden mij “grote broer”. Ik wist dat ik nog niet de kwalificatie had om mijzelf “shihan” te noemen, dus dat vond ik helemaal prima.

Mijn dojo was een omgebouwde boekenopslag met een houten vloer op ons eigen terrein. Het deed veel pijn om daarop geworpen te worden, dus oefenden we vaak buiten in de tuin. Het duurde jaren voordat er tatami-matten kwamen, maar ik was dankbaar dat ik Aikido kon beoefenen zonder mij zorgen te hoeven maken over de kosten van een accommodatie.

Ongeveer zestig jaar geleden hielden we in februari een wintertrainingskamp van twee dagen in Minoh, Osaka. ’s Avonds trainden we in een ijskoude gymzaal en ’s ochtends vroeg renden we naar de Minoh-waterval, zaten we een half uur in seiza en trainden we buiten bij de Ryuanji-tempel, waar alles bedekt was met sneeuw. Het was zo koud dat er geen tweede keer kwam.

Voor een zomerkamp kozen we Kasumi in de prefectuur Hyogo. De avondtraining was op het tempelterrein, de ochtendtraining op het terrein van een schrijn, beide volledig bedekt met grind. Dit keer was het een gevecht tegen hitte en pijn. Als afsluiting van vier dagen training oefenden we zittend op het strand. Het zand was zo zacht en glad dat het voelde alsof we in het paradijs waren. Dit jaarlijkse kamp heeft meer dan dertig jaar bestaan en sommige jaren deden er meer dan tachtig mensen mee.

Later verhuisden we het kamp naar het Tenkawa Daibenzaiten-heiligdom in Nara, waar mijn neef Mikinosuke Kakisaka priester is. Daar staat een van de oudste Noh-podia van Japan. Zij boden ons aan dit podium te gebruiken voor een embu (demonstratie).

Door corona kwam helaas een einde aan deze traditie, maar alle ervaringen en herinneringen zijn een belangrijk deel van de geschiedenis van de Shosenji-dojo geworden.

Na verloop van tijd begonnen mensen mij “shihan” te noemen.

Daardoor voelde ik dat ik geen fouten mocht maken voor mijn leerlingen. Als ik er toch een maakte, probeerde ik die te verhullen met een volgende beweging. Pas rond mijn zestigste kon ik eerlijk zeggen: “Ik maakte een fout,” en samen kijken hoe het beter kon. Falen is beschamend, maar onvermijdelijk. Ik besloot mijn fouten te gebruiken als lesmateriaal.

“Ik wil niet dat jullie deze beweging kopiëren. Eerlijk gezegd was dit een fout. Laten we goed kijken. Hoe kunnen we het zo aanpassen dat we deze fout niet opnieuw maken?”

Mijn leerlingen keken aandachtig toe. Overigens noem ik hen geen leerlingen, maar met respect “nakama” — kameraden die samen met mij dit pad bewandelen.

Elke keer voeg ik kleine, subtiele bewegingen toe om de essentie van Aikido beter uit te drukken. Terwijl ik mijn geest, techniek en lichaam blijf verfijnen, blijven nieuwe uitdagingen zich aandienen. De antwoorden ontstaan vanzelf in de training. Met elk moment leggen we ons oude zelf af.

Harmonie met de natuur

Toen ik student was, ontmoette ik Morihei Ueshiba. Hij zei: “De geest van Aikido is God.”

“Wat is God?” vroeg ik. “De natuur.”

Aikido streeft niet naar winnen. Het streeft naar harmonie met de ander en met het universum.

Hoe hoger de dan, hoe groter het gevaar te denken dat je “Aikido begrijpt”. Maar ware groei begint bij het erkennen van je tekortkomingen.

Hoewel het water snel stroomt, blijft de maan stil

Dit zen-gezegde betekent: hoe wild het water ook stroomt, de maan blijft rustig weerspiegeld.

Ook in het leven gebeuren ongelukken. Als we ons laten meesleuren, vinden we geen oplossing. Als we kalm blijven, handelen we op ons best.

Daarom hoop ik dat Aikido aan de wortel van het leven van mijn nakama staat. Hoe sterk de stroming ook is, laten we rustig leven zonder meegesleurd te worden.

*Dit artikel is gepubliceerd in het Japanse tijdschrift Aikido Tankyu. Later vertaald in het Engels en dankzij Marloes Dignum, oud-leerling van Ruud van Ginkel, bij ons terechtgekomen. De Nederlandse vertaling is van Gerard Kolsteren.